Informatie voor competitiespelers

Speel jij competitie bij onze vereniging? Dan vind je hier alle informatie die je nodig hebt bij de voorbereiding op de competitie en alles wat je moet weten voor tijdens de competitiedagen.

Wat wordt er van mij verwacht?

We verwachten uiteraard van je dat je je op de baan netjes gedraagt. Als je je wedstrijd gewonnen hebt, is het gebruikelijk om je tegenstander(s) (de verliezers) iets te drinken aan te bieden. Zorg dat je altijd je KNLTB­pas/spelerspas (van het juiste jaar!) bij je hebt. De meeste teams gebruiken tegenwoordig de KNLTB App voor het bekijken van de bondsnummers, maar je zult maar iemand tegenkomen die eist dat je het pasje laat zien (want dat mag worden geëist). Als je in zo’n situatie je pasje niet kunt laten zien, dan zit jij fout en mag je niet spelen.

Wat wordt er van mijn team verwacht?

  • Je team is compleet op elke competitiedag, zodat alle wedstrijden gespeeld kunnen worden
  • Wees op tijd aanwezig. In de app en op de website staat een tijd aangegeven waarop je aanwezig moet zijn en een tijd waarop de eerste wedstrijden de baan op gaan. Meestal wordt er verwacht dat je een half uur van tevoren op de club aanwezig bent. Check dit altijd even van tevoren, want de aanvangstijden kunnen per club en per dag verschillen.
  • Als je thuis speelt, bied je de tegenstanders voorafgaand aan de eerste wedstrijd iets te drinken aan (koffie/thee). Bij de bar staan er kannen koffie en thee voor elk team klaar. Ook is het gebruikelijk om ervoor te zorgen dat er iets lekkers op tafel staat, bijvoorbeeld koeken, cake of taart. Veel teams zorgen ook voor iets lekkers voor na de wedstrijden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan toastjes, chips of nootjes. Uiteraard kun je ook een competitieschaal met bittergarnituur aan de bar bestellen.
  • Je kunt aan de bar een bon voor jullie team laten aanmaken. Hierop komen dan alle drankjes van die dag te staan. Maak vooraf met de tegenstander een afspraak of jullie een gezamenlijke bon hebben of dat de tegenstanders een losse bon aan laten maken. Het is altijd wel verstandig om af te spreken wat je wel en niet op de rekening laat schrijven (bijvoorbeeld drankjes wel, eten niet).
  • Als team in de voorjaarscompetitie wordt er ook van je verwacht dat je een keer in het seizoen op een andere competitiedag bardienst draait. De indeling hiervan ontvang je via de mail. Kun je niet op de ingeplande dag? Probeer dan te ruilen met een ander team.

Ik ben aanvoerder. Wat wordt er van mij verwacht?

Staat er op de website een C achter je naam? Dan ben jij de “Captain” van het team. De aanvoerder heeft in principe de volgende taken:

  • Overzicht houden van degene die wel en niet aanwezig zijn op de competitiedagen en ervoor zorgen dat je altijd met genoeg spelers bent.
  • Eventueel het bedenken van de opstelling
  • Wedstrijdformulieren invullen, controleren en handtekening zetten. Lever het wedstrijdformulier vervolgens in bij de competitieleider of stop het in de blauwe brievenbus bij het competitiebord.

Uiteraard kun je deze taken verdelen in je team. Ben je aanvoerder, maar heb je geen idee wat je moet doen en hoe? Geen paniek! Het is niet moeilijk en de kans is groot dat iemand van je team of iemand anders op de club je er wel mee kan helpen. Je kunt ook altijd iemand van de technische commissie om hulp vragen. Voor de meeste teams is het maar een formaliteit. De commissie moet 1 persoon aanvoerder maken, zodat zijn/haar gegevens (telefoonnummer) beschikbaar zijn voor de aanvoerders van de andere teams (jullie tegenstanders). Dit laatste is handig als bijvoorbeeld banen niet bespeelbaar zijn vanwege regen. Dan kan de ene aanvoerder de andere bellen om aan te geven dat ze niet hoeven te komen.

Wanneer speel ik?

Op de website zie je op welke dag je bent ingedeeld, wie je teamgenoten zijn, welke competitie je speelt en in welke klasse je bent ingedeeld. LLTV biedt competitie aan op woensdag, donderdag, vrijdag, zaterdag en zondag. De speeldata vind je op de website van de KNLTB (speeldata voorjaar 2019). Let op! Er zijn een aantal data ingepland als inhaaldata. Het is altijd toegestaan om partijen eerder te spelen dan in de planning staat, maar als wedstrijden verregenen MOETEN deze op de eerstvolgende inhaaldatum worden ingehaald. De KNLTB is hier heel streng in. Nogmaals, eerder inhalen mag altijd. Overleg wel even met de technische commissie of er banen beschikbaar zijn op de door jullie gewenste inhaaldag. Als je dus op vakantie wilt maar tijdens die vakantie is een inhaaldatum, overleg dit dan met je team. En houd er rekening mee dat een partij die eenmaal begonnen is, door dezelfde personen moet worden uitgespeeld op de inhaaldag.

KNLTB App

De KNLTB heeft een app ontwikkeld waarin je eenvoudig je resultaten en je dynamische speelsterkte bij kunt houden en waarin alle informatie over jouw competitie staat. Je kunt de app downloaden via Google Play of de App Store.

Op de Home tab kan je jezelf en andere spelers opzoeken (bijvoorbeeld je teamgenoten) en eventueel opslaan als favorieten. Als je competitie speelt, kan je op de tab Competitie je eigen team toevoegen, de speeldata worden dan toegevoegd aan de Kalender (ook een tab). Je kunt meer dan 1 team toevoegen. Bij Competitie kan je op je team tikken, dan zie je een overzicht van de poule, en daaronder een lijst met speeldata en tijden. Hier kan je dus precies zien tegen wie je moet, hoe laat je aanwezig moet zijn, waar en op welke ondergrond je speelt.

Hoeveel tijd ben ik kwijt?

Reken erop dat je de hele dag kwijt bent. Het kan altijd meevallen. In principe speel je op vrijdag op de avond (van 18:30 tot ongeveer 23:30 uur), op zaterdag vanaf het begin van de middag tot aan het begin van de avond en op zondag de hele dag of vanaf het begin van de middag. Maar als het regent, en dat gebeurt nog wel eens in Nederland, moet je volgens de regels 2 uur wachten om te kijken of je daarna verder kunt tennissen. Ook komt het nog wel eens voor dat partijen lang duren (door bijvoorbeeld een aantal driesetters), waardoor de hele dag uitloopt.

Je hebt 7 speeldagen die worden verdeeld over ongeveer 2 maanden (april en mei). Als je team in een poule van 8 is ingedeeld, speel je alle 7 speeldagen. Als je in een poule van 7 zit, heb je één speeldag vrij. En als je in een poule van 4 zit, speel je tegen elke tegenstander een uit-­ en een thuiswedstrijd, en speel je dus ook maar 6 keer.

Hoe vul ik het wedstrijdformulier in?

Het eerste blad is een teamuitwisselingsformulier. Dit kan je gebruiken om per team (scheur het formulier in de lengte doormidden) de opstelling (naam + bondsnummer + speelsterkte) op te schrijven en vervolgens tegelijkertijd uit te wisselen. Veel teams doen dit niet, het is ook niet verplicht, maar wel handig om bepaalde “tactische” wijzigingen in de opstelling te voorkomen. Hoe hoger je speelt, hoe vaker dit formulier wel wordt gebruikt. Het formulier zelf spreekt verder wel redelijk voor zich. Het gebruik wordt ook uitgelegd op de achterkant van het voorblad. Alles wat je hebt opgeschreven, ligt vast. Als er iemand tijdens de eerste partij geblesseerd raakt, kan je in overleg met je tegenstanders nog wel een andere speler inschakelen voor de tweede partij van die speler. Als de opstelling, zoals het officieel hoort, al is opgeschreven, kunnen de tegenstanders hier mogelijk niet mee akkoord gaan en moet je die partij opgeven. In goed overleg kan er heel veel, maar als er onenigheid is, volg dan de regels.

Speelvolgorde

De speelvolgorde van de wedstrijden is standaard enkels, dubbels, gemengd dubbels. Hier mag je natuurlijk van afwijken in overleg met de tegenstanders en competitieleider. Komen jullie er niet uit? Dan gebruik je deze volgorde.

Opstelling

Let bij de opstelling op de volgende valkuilen:​ als je meerdere enkels speelt van dezelfde soort (bijvoorbeeld heren enkels), zorg dan dat degene met de sterkste speelsterkte op het pasje​ op nr. 1 staat, de op een na sterkste op nr. 2, etc. Dit geldt ook voor meerdere dubbels van dezelfde soort. Het koppel met gemiddeld de hoogste sterkte (volgens het pasje) moet op nr. 1 .

Waar vind ik het wedstrijdformulier en de ballen?

De formulieren en ballen liggen in de bestuurskamer. Het is de taak van de competitieleider van dat dagdeel om voor ieder team een formulier en het betreffende aantal ballenkokers klaar te zetten in de kantine.

Een tiebreak, hoe werkt dat ook alweer?

Als het 6­-6 staat in een set, dan speel je een tiebreak. De eerstvolgende die aan de beurt is om te serveren, slaat 1 keer op aan de rechterkant (met 1 keer wordt een eerste en eventueel een tweede service bedoeld). Vervolgens serveert de tegenstander (of jij als je tegenstander begonnen is) 2 keer, 1 keer op links en 1 keer op rechts. Daarna serveert de volgende die aan de beurt is (in een enkel is dit dus degene die is begonnen) en speelt wederom 2 punten, 1 op links, 1 op rechts. Hierna serveert de volgende die aan de beurt is 1 keer, op links. Dan hebben jullie in totaal 6 punten gespeeld en wissel je van kant. Dezelfde persoon die voor het 6e  punt heeft geserveerd mag nu nog 1 keer serveren, op rechts. En zo ga je verder totdat iemand 7 punten heeft gehaald (met 2 punten verschil). Tijdens de voorjaarscompetitie speel je op de zondag bij de gemengd dubbels in plaats van een 3e set een super­tie­break. Dit werkt hetzelfde, maar dan speel je tot iemand 10 punten heeft gehaald (ook met 2 punten verschil).

De tiebreak wordt gezien als een game (de 13e game van de set). Degene die deze tiebreak is begonnen met serveren wordt gezien als de serverende partij. De eerste game van de nieuwe set wordt dus geserveerd door de tegenpartij. Je noteert op je speelformulier de stand van de set in games (7-­6 of 6­-7), de stand van de tiebreak zelf schrijf je niet op.

Hoe zit het precies met speelsterktes?

Op je pasje staan jouw speelsterktes voor de enkel en de dubbel. Bij de opstelling in de competitie moet je met deze speelsterktes rekening houden. Als je wedstrijden speelt, wordt er met je dynamische speelsterkte gewerkt. Deze actuele speelsterkte zie je in de app of op internet (Mijn KNLTB). Deze dynamische speelsterkte wijzigt als je partijen wint of verliest. Wil je weten hoe dit precies werkt? Kijk dan eens op de website van de KNLTB.

Wie wordt er kampioen van de poule?

Het team met de meeste punten wordt kampioen, tenzij er een team is dat alle speeldagen heeft gewonnen, maar wel net wat minder punten heeft (bijvoorbeeld door steeds met 3­-2 te winnen). Het team dat alle speeldagen wint is per definitie kampioen en verovert daarmee een plekje in een hogere klasse. Als jouw team kampioen wordt, hebben jullie voor de club een plekje veroverd in een hogere klasse. Meestal komt het er op neer dat jullie dan zelf in die hogere klasse gaan spelen. In enkele uitzonderingsgevallen gebeurt dit niet, bijvoorbeeld als jullie dit zelf niet willen, als jullie team het volgende jaar uiteen is gevallen, als jullie als team op een andere dag gaan spelen, of als er in het volgende jaar een team wordt samengesteld dat qua gemiddelde speelsterkte volgens de regels hoger moet spelen dan jullie. In principe speel je natuurlijk om de eer, maar op de competitieafsluiting (de laatste normale speeldag van de zaterdagcompetitie) word je uiteraard als kampioen gehuldigd.

Mag ik vaker dan 1 keer per week competitie spelen?

In principe niet. Spelers die vaker dan 1 keer per week willen spelen, hebben dispensatie nodig. De technische commissie moet dit vóór half maart van het betreffende jaar voor je aanvragen bij de KNLTB. Als je dispensatie krijgt, moet je voor beide teams minimaal 4 keer spelen.

Mag ik invallen in een ander team?

Ja, dat mag, maar houd hierbij rekening met het volgende: Je mag niet meerdere keren per week in verschillende teams spelen. De week begint volgens de KNLTB op maandag en eindigt op zondag. Let ook goed op de klassenverschillen. De klassen binnen de verschillende competitiesoorten zijn namelijk niet gelijkwaardig; de 4e klasse zaterdag gemengd, is niet gelijk aan de 4e klasse zondag gemengd. De regels hiervoor zijn wat ingewikkeld en de KNLTB heeft een enorme tabel die je hiervoor kunt raadplegen, maar het is het eenvoudigst en het verstandigst om de verenigingscompetitieleider even te vragen of het wel of geen probleem is als je bij een ander team invalt. Even navragen voorkomt situaties waarin je met alle goede bedoelingen bij andere teams invalt, en daarna niet meer in je eigen team mee mag spelen omdat je te vaak in een te lage of te hoge klasse hebt gespeeld.

Problemen op de baan

Er zijn heel veel meer regels verbonden aan het tennissen dan alleen de algemene spelregels. Zo moet je geschikte kleding dragen (dit betreft voornamelijk je schoenen). Een bekende ergernis op de baan is bemoeienis vanaf de kant. Jij en je mede­/tegenspelers moeten het met elkaar zien te rooien. Discussies over ballen die uit of in zijn, of wat de stand ook alweer is, je moet er samen uitkomen. Bemoeienis vanaf de kant is hierbij niet toegestaan (dus ook niet van ouders van jeugdspelers). Je hebt altijd mensen die zich (goedbedoeld) mengen in zo’n discussie, maar nogmaals: de spelers moeten er samen uitkomen. Vaak is het overspelen van het punt de beste oplossing. Coaching is wel toegestaan.

Tip: ​als er een bal van een andere baan over jullie speelveld rolt, leg het spel dan stil. Jij en/of je tegenstander zijn hoe dan ook even afgeleid, bovendien wil je blessures voorkomen. Je wilt een partij toch niet winnen dankzij een blessure van de tegenstander? Rolt een bal van jullie op of achter de baan naast jullie en zijn daar mensen een rally aan het spelen? Wacht dan tot de rally is afgelopen. Loop nooit​ tijdens een rally achter een baan langs, om wat voor reden dan ook. Het is storend (en ook gevaarlijk) als er mensen achter je over de baan lopen terwijl er een rally wordt gespeeld.

Heb je vragen over of tijdens de competitie? Neem dan gerust contact met de commissie wedstrijdtennis via wedstrijdtennis@lltv.nl.